marjolein hillege

TUSSEN DE RIVIEREN

15 Ten zuiden van de Ebro

Deze blog gaat over het landschap op grotere schaal, over de rivieren, de heuvels en de valleien daartussen. We doorzien het landschap steeds beter, door er te zijn en dankzij de verhalen die we horen.

De drie rivieren Guadalope, Matarraña en de Algars zijn de belangrijkste lijnen in het gebied. Ze monden meer noordelijk uit in de Ebro Deze 930 kilometer Ebro ontspringt in het Cantabrisch gebergte in Noord Spanje en mondt uit in de Middellandse zee bij Deltebre. Als de Pyreneeën uitrijden en bij Mequinenza de Ebro passeren, dat voelt als bijna thuis zijn.

De Guadalope is de rivier waarop onze vallei uitkomt ongeveer ten hoogte van het Embalse van Caspe. Een embalse is een groot stuwmeer waar vanuit de omliggende (kers en perzik) boomgaarden worden geïrrigeerd. De Guadalope stroomt bij Caspe de Ebro in. Rond Caspe is door stuwen gecontroleerde Ebro enorm breed, er wordt gevist op 3 meter lange meervallen in deze “El Mar de Aragón”.
De rivier de Matarraña ontspringt in het Iberisch randgebergte en stroomt af langs o.a. langs Valderrobres, Mazaleón en Maella. Min of meer parallel aan de Matarraña loopt een doorgaande asfaltweg. Aan weerszijde van deze rivier liggen de door een ingenieus stelsel van goten en sluisjes goed geïrrigeerde boomgaarden en akkers. De paarden van Lettie grazen hier bijvoorbeeld ook en er langs de rivier loopt een gemarkeerde wandel en fietsroute. De weekendhuisjes van de mensen uit het dorp met mooie moestuinen liggen er verspreid tussen de populieren en pinusbossen.
Valderrobres is de hoofdstad van de streek ‘de Matarraña” die naar de rivier is genoemd en zich profileert als het “Spaanse Toscane”, met een groot toeristisch aanbod zoals de Via Verde over een oude spoorlijn, het wonderschone natuurpark El Parizzal nabij Beceite of de ruige bergen van Els Ports. Er zien goede restaurants, bijzondere hotels en campings en vriendelijke mensen in de stoere en charmante dorpen zoals Calaceite of la Fresneda. Mazaleón behoort bij deze comarca. Maella ligt in de comarca Bajo Aragón Caspe. Wij wonen net op de grens tussen beide comarca’s.
De derde rivier is de Algars die paradijselijke en goed verborgen zwemplekken heeft.

Hieronder op de kaart zijn de uitgestrekte groene heuvels waar de honderden olijf en amandelbomen groeien tussen de hoger gelegen pijnboombossen groen gekleurd. Ten westen van de Guadalope, tussen Caspe en Alcañiz zijn de hoogte verschillen lager, de boomgaarden grootschaliger en is er minder bos.

Op kaartlaag “Ríos completos’ op de site https://sig.mapama.gob.es/geoportal zijn, als je flink inzoomt, onder andere de ligging van de (regen)waterlopen die ooit door de Barranco stroomden te zien. We hoorden van een van de buurmannen dat in de jaren zeventig in de winter er inderdaad een stroompje liep, dat is nu voorbij. Barranco betekent ook ‘droog gevallen regenwaterstroom”, jaarrond droog.

“Onze” vallei, de rode stip op kaart, is het begin van een ongeveer 9 kilometer lange vallei strip die eindigt in de Guadalope. De Moren brachten in de 8e eeuw de kennis en kunde mee hoe de vruchtbare grond in de dalen tussen de heuvels te bewerken. Zoals de bouw van lage stenen muren waardoor het mogelijk is om op vlak gemaakte grond de gewassen te verbouwen. De muren hadden ook een waterkerende functie; afstromend regenwater werd er langer door vastgehouden. Door de nieuwe paden die gemaakt zijn voor de tractoren is die waterkerende functie doorbroken. De muren en massen in onze vallei zijn ongeveer 500 jaar oud. Je kan de nog oudere Moorse muren herkennen door de precieze stapeling, bijna net zo precies zoals de muren van de Inca’s in Peru. We zien ze soms in andere valleien maar helaas niet bij ons.

Op het kaartje hieronder zie je het laagste deel tussen de heuvels dat in een strook (in lila) van min of meer gelijke breedte de eerste ‘ontginning’ is geweest. Later zijn ook de flanken van de heuvels in gebruik genomen. Het lichtgroene deel op de tekening is de breed uitwaaierende Barranco de Tremps, waar ook ons land ligt (roodomrand). De Tremps is de hoogste heuvel (rond de 500 meter), rechtsboven op de kaart.

Zoals je kan zien vormen zijn onze percelen onderdeel van een ogenschijnlijk veelvormig tapijt van bossen en boomgaarden. Als je beter kijkt kan je daarin de gelijkvormige structuren en patronen herkennen; zoals de muren die in vorm en richting gelijk zijn, de orthogonaal geplantte bomen of de scherpe overgangen tussen bos en boomgaard.
Bij het planten van de bomen, het graven van de swales en ook het inzaaien van de terrassen zijn die structuren en patronen leidend voor locatie en vorm. Zo staan de nieuwe bomen in de doorgaande strip (lila) bijvoorbeeld strak in het gelid en planten we in de randen van het bos bomen in los verband en dicht op elkaar. De vlakken waar de lager gelegen Massen op staan, zijn verbijzonderd met vaste planten, parkbomen, allen in een meer vrije vormentaal.
In de tekening hieronder zie je de dikke lijnen van de belangrijkste muren die richting bepalen, de kleurrijke vlakken bij de woningen en de verdichte bosranden. Alles wat we doen is een verbijzondering of nieuwe laag die zich vaak bescheiden en soms juist uitgesproken past op het landschap dat er al is. Hoe vanzelfsprekender het eruit ziet, hoe mooier het is.

Tot slot hieronder de drie tekeningen achterelkaar om een beeld geven van de veranderingen met bovenstaande patronen en structuur als leidraad: steeds meer bomen in de bosranden, steeds meer bomen in rechte lijnen in de boomgaarden, steeds meer verbijzonderingen op de huiskavels en steeds meer ingezaaide terrassen, steeds meer swales: steeds meer leven in de bodem, langer water en meer groen.