marjolein hillege

ZAAIEN & OOGSTEN

11 oktober 2019

Werk op het land roept altijd, weten we nu. Je creëert vrij makkelijk je eigen urgentie: deze herfst hebben we intensief met en op het land gewerkt. We zijn begonnen bij de notaris in Caspe; het hoger gelegen buurland en de nog hoger gelegen verlaten ‘arena’ hebben we erbij gekocht. De drie ‘landjes’ zijn samen zo’n 8 hectare groot . Op de westelijke helling kan je op één punt al het land en de drie huisjes zien. Dat is en voelt groots.

Groots was ook de graafmachine waarmee de swales zijn gegraven. Bij de eerste aanblik daarvan wisten we direct dat niets zo zou worden als we van te voren hadden bedacht. Onthoud dat, want dat is hier bijna altijd. De bodem van een swale moet horizontaal zijn om het afstromend regenwater gelijkmatig op te kunnen vangen. Daardoor is de swale in de hoogst gelegen pinoplot op het eind meer een loopgraaf dan een greppeltje; het land helt daar flink, blijkt. De tweede swale, bij de terrassen met de 12 oude olijven, is beter gelukt. Na de eerste regenbui bleef daar een bescheiden beetje water staan. De grond moet zich nog zetten en we hebben in opgeworpen grond van alles gezaaid. Het is nu afwachten of en hoe de swales het water opvangen, vasthouden en daarmee de omliggende bodem en beplantingen voeden.

Na de eerste regen zie je de bomen, struiken, eigenlijk alles wat leeft, opklaren: met hernieuwde levenslust, frisse kleuren, kruiden ontspruiten en insecten kruipen uit hun holen. Vogels en vleermuizen juichen weer. Pas toen zagen we ook dat die armetierige boompjes in de Groasisboxen er bijna allemaal prima bij staan. We hebben de boxen over de stammen heengetild, de jonge bomen omrand met stro en wat extra compost en nu staan ze op eigen benen. De vrijgekomen boxen staan klaar voor weer 100 nieuwe bomen in de volgende ronde.

In Nederland, Duitsland en vooral in Spanje hebben we afgelopen maanden allerlei zaden verzameld die enigszins kans van slagen hebben hier in de hitte; bijvoorbeeld Toorts van fort Blauwkapel, Hazelnoten uit Leiden, Ficus uit Reus, Cercis uit Alcaniz en diverse mediterrane eiken uit Freiburg. Die al gauw miljoenen zaden en noten zijn op diverse plekken ingezaaid.

In Caspe vonden we de zaadhandel voor groenbemesters en wintergraan. Ruim 2 hectare land in boomgaarden is ingezaaid met 140 kg wikke, 48 tarwe, 40 kg haver en 40 kg gerst, in diverse samenstellingen. In drie velden zijn ook een deel van de verzamelde zaden en noten verwerkt. Alberto en zijn vader hebben geholpen met het handmatig zaaien en het licht frezen van de bodem met de tractor. Het woord oer, dat past bij al dit zaaigebeuren; eerst al die vreemde nakomelingen verzamelen, zaad heeft iets wulps. Dan het wegen, mengen en verdelen van het graan; hoe het ruikt en door je vingers glijdt. En als summum het zaaien zelf; met langzame grote stappen vanuit de op je heup hangende bak het zaad uitwerpen. Geweldig om te doen, en mijns inziens geheel genderneutraal.

Op twee plekken zijn de eerste ‘Götschstroken’ gemaakt: plantstroken die zoveel als mogelijk opgebouwd zijn volgens de Syntropic Agroforestry methode. Over lengtes van circa 60 en 30 meter is de grond op heuveltjes of rillen van zo’n 30 centimeter hoogte geharkt. Dicht en wat verder uit elkaar. Vervolgens is tussen die rillen paardenmest, amandelschillen en snoeihout gegooid. Bovenin de rillen hebben we met wat compost de verzamelde zaden ingewerkt en tot slot hebben we het geheel afgedekt met een fijn laagje stro. In de winter planten we op deze rillen de bomen en struiken uit de lijst van Jesper Feenstra, dus wordt vervolgd.
Hier in de regio gebruikt bijna niemand natuurlijke mest, in de corporaties ligt vooral de kunstmest hoog opgestapeld en ergens achteraf compost, geïmporteerd uit Duitsland. We hebben flink moeten zoeken naar graan, mest en compost en onderweg veel nieuwe mensen en bedrijven leren kennen. We spreken iets beter Spaans nu. Iedereen is bereid mee te denken en je op weg te helpen. Vooral als we vertellen dat we het hele project ‘por hobby’ doen, dan worden gesprekken licht en vrolijk. Maar er is ook somberte: de droogte neemt toe, de herfst is veel te warm, poelen en waterputten zijn drooggevallen, de oogstperioden verschuiven en de olijven zijn kleiner dan normaal. De klimaatverandering heeft hier nog meer dan in Nederland invloed op het land. Of die tastbare verandering invloed heeft op de wijze van landbouw hier, minder spuiten en ploegen bijvoorbeeld, of zelfs op de manier waarop naar onze werkzaamheden gekeken wordt, dat weten we nog niet en daar hopen we de komende jaren achter te kunnen komen.

Geïnspireerd door de studenten uit Ohio hebben we de tientallen eikels van de boom op de weg naar Mazaleón voorzien van roze stokjes in het miniatuur dijken, stuwen en geulen landschap geplant. Hier staan ook de opgekweekte eikjes uit Houdringe, beschermd door de groene bescherm kokers, als eerste proefpiloten.

De swales, het inzaaien van een deel van de boomgaarden, de Götschstroken met de miljoenen zaden, de groasisboxen, het planten van losse eikels en amandelen en al die niet genoemde kleine projecten zijn allemaal experimenten om te ontdekken met welke plantcombinaties, op welke locaties en met welke techniek, nieuwe beplantingen tot ontwikkeling kunnen komen. We zoeken naar mogelijkheden om zo goed als mogelijk gebruik te maken van de natuurlijke omstandigheden: zoals de loop van het regenwater, de schaduw en luwte van beplantingen of de vruchtbaarheid en doorlatendheid van de bodem. De vogels, insecten, vleermuizen, reptielen en ook de zwijnen, reeën en vossen, en misschien ook de dassen en konijnen die we nog niet hebben gezien, zijn onze bondgenoten in het beheren en ontwikkelen van dit land – bijvoorbeeld voor de grondbewerking, de mest en het verplaatsen van zaden. Hoe we hier kunnen wonen en werken en ondanks dat het voor hen hier beter maken, daar zijn we naar op zoek. Met de aanplant van fruitbomen, ingraven van waterbakken (ook de Groasis), het opstapelen van oud hout en bladeren maken een eerste voorzichtige stap. En wie weet dat het vers opgehangen vleermuishuis ooit een nieuwe bewoner krijgt.

Een niet voorzien en tijdrovend werk was het oogsten van de amandelen op het nieuwe landje: door met lange stokken tegen de takken te slaan vallen de vruchten op de grond, bij voorkeur op het zeil. We hebben zo’n vijf kratten met inmiddels gepelde amandelen en twee zakken ongepelde amandelen ge-oogst. Een behoorlijke berg, toch te weinig om te kunnen verkopen aan de coöperatie, dus ze zijn mee naar Nederland, voor iedereen die wil.

En tot slot, niet onbelangrijk in de steeds kouder wordende nachten; het huis is af en mooi, stoer, sfeervol en comfortabel. Alberto, José, Raoul, Samir, Andres, Aleix, David en Jorge hebben de renovatie fantastisch uitgevoerd. De zonnepanelen, stopcontacten, waterpomp, keuken, douche, kachel, geiser, de regenpijp, de goten, cisterne, alle ramen, deuren, trappen – alles werkt – het is een paleisje, een huis van de koningin, een off grid koningin. En daarmee bedoel ik Beatrix.